uitleg bol-pijl

Bolletje-Pijltje met afstanden

Aan de hand van getekende situaties dient de kortste route gereden te worden van de bol naar de punt van de pijl. Het bolletje is het punt waar men zich bevindt; de punt van de pijl de richting waarin gereden moet worden. De situaties zijn niet op schaal getekend en kunnen gestileerd zijn weergegeven. Dit wil zeggen dat het meer of minder schuin en/of bochtend lopen van wegen niet zo getekend hoeft te zijn.
Verharde wegen zijn getekend middels een ononderbroken lijn; onverharde wegen middels een stippellijn. Inritten naar particuliere terreinen worden als niet aanwezig beschouwd.
Doodlopende wegen en/of wegen welke verboden zijn om in te rijden behoeven niet, maar kunnen voor extra orientatie wel zijn getekend.
Tussen bol-pijl opdrachten dient de doorgaande (hoofd)weg te worden aangehouden. Dit is o.m. te zien aan de belijning of het soort wegdek (asfalt-klinkers).

Bij iedere situatie worden vier afstanden vermeld. In de eerste kolom de afstand tussen iedere bol-pijl situatie afzonderlijk in kilometers. In de tweede kolom de totaalafstand vanaf de start tot de betreffende situatie. In de kolommen 3 en 4 tenslotte dezelfde afstanden maar dan aangegeven in mijlen (niet altijd ingetekend)
Bovendien is er een extra kolom waarin ter verduidelijking aanwijzingen kunnen worden gegeven, zoals b.v. een gevaarlijke wegsituatie of een straat- of plaatsnaambord.

Vergeet nooit om bij de start de dagteller op 0 te zetten !